64 x 40 cm

Icarus

Gedicht

 

Hij zoekt te zijn

wat hij niet is,

zijn karma een gevangenis,

een kaal verlaten eiland

in een grijze zee vol sleur.

 

Maar in zijn hart

een vederlichte vogel,

een droom die hem

vervoert, bevrijdt en

opstijgt naar de zon.

Omhoog en hoger slaan

de vleugels van vermetelheid,

verblind door overmoed

raakt hij zichzelf ontstegen.

 

Niets kan zijn val nog keren.

 

Verkrampt van angst kijkt hij

omlaag en in een flits

ziet hij zijn leven aan,

een zwalkend, wankel bootje

in een oceaan vol kleur,

al zoekend verder gaan.