24 x 18 cm

Kampen

Gedicht

 

Geen zeeschip ligt er voor de kade,

zilt proeft het er allang niet meer.

Een stad verankerd in de leer;

ik  sla het met verbazing gade.

 

Verleden is de leefdrift van weleer.

Verdwenen ook de zee, de bron van daden.

Wat monumenten nog, een enkele façade

en op een mijl of vijf het Ketelmeer!

 

Hij die de stad bewaarde voor veel rampen

verhoede dat het u vergaat als Kampen.