20 x 32

Spelevaren

Gedicht

 

Laatst was ik weer een jaar of tien

op hurken aan de waterkant.

Het vlak lag grenzeloos; de overkant,

vanwaar ik zat, was niet te zien.

 

Het spel was ‘Meester van de Zee’.

Mijn hand bestuurde wind en stroom.

Het bootje vol van kinderdroom

nam hoop en heimwee in zich mee.

 

De koers moet telkens bijgesteld

en soms zelfs blijkt het roer de steven.

Zo wordt het kinderspel tot leven

waarin alleen als zeker telt:

op hurken aan de waterkant,

je droom in een gevouwen krant.