10 x 30 cm

Vergezicht

Gedicht

 

De klim, de klautering van stap na stap, … de stop;

het hese hijgen en het water en het zweet, en

het weer verder gaan, de steilte niet te weten

die nog komen gaat, de koele windvlaag, en … de top.

 

Hier heerst de verte. Tot aan het einde golft een zee

van steen; daar zweeft in tegenlicht een lammergier;

van ver vonkt zonlicht van een autoruit – een mier;

bos kruipt tot het niet verder kan; er tinkelt vee.

 

Hoog boven op een rotspunt zie ik me staan,

een ééndagsvlieg, verloren in het vergezicht

van de millennia. Ginds flitst een bliksemschicht.

Ik hoor gerommel rollend door de bergen gaan.

De lucht betrekt, er waaien wolken voor de zon;

de dag voorbij, ik ga naar waar mijn weg begon.