20 x 32 cm

Vluchtig

Gedicht

 

Maaksels van wat waterdamp gaan als wind

gedreven raadsels langs een blauw gordijn.

Vreemde schepsels zijn het, uit mijn eigen brein,

– en kijk er komen meer – creaties van een kind.

Hun tijd gaat snel, ze leven maar één oogopslag,

een vis is plots een vlinder … krab … kameel.

Het blauw staat strak gesloten, dit is het voortoneel.

Het echte spel komt aan het einde van de dag

wanneer het licht heel langzaam dooft, het doek opgaat,

het diamantdecor mij weer met stomheid slaat.

Hier is de ruimte tijd, er implodeert materie.

Ik weet niet waar ik kijken moet, en wie

of wat ik in dit schouwspel ben, en door welk brein

ik ben gedacht in dit zo ondoorgrondelijke zijn.