64 x 40 cm

Zelfportret

Gedicht

Wat mij beweegt daar achter die façade,

is slecht te zien, ik sta er te dichtbij

misschien; een lichtspel lijkt het, een parade

spiegelbeelden. Eerst zie ik niks in mij,

maar dan een glinstering van kinderlijk

plezier, afwachtend, vol onzekerheid;

er sprankelt hoop; warm fonkelend geluk

verdrijft het kille neon van de nijd;

voorbij tript als een spiegeling op water

de ijdelheid; en passie brandt tot as

waarin verlangen smeult dat even later

dooft in stil verdriet om wat niet was.

Opeens, alsof de zon is opgegaan,

wordt alles helder, ik zie mijzelf daar staan,

met stijf gevouwen handen vang ik mijn licht

en duisternis; het tekent mijn gezicht.